Andere onderwerpen
 
Dominicus (1170 te Caleruega in Castilië - 6 augustus 1221)
is de jongste zoon op het spaanse kasteel van Felix Guzmán en Johanna (van de heren) van Aza, in een gezin van heiligen; moeder is heiligverklaard, de oudste jongen Antonius werd priester, broer Mannas werd predikheer bij zijn jongste broer en is zaligverklaard.

Als jongen van zeven jaar wordt hij naar heeroom in de buurt gestuurd, in Gumiël de lzán, voor latijn en de heilige Schrift; daarna zes jaar naar Palencia in het bisdom Oama, de latere universiteit van Salamanca. Priester geworden, werd hij docent in Palencia en kanunnik aan de kathedraal van Oama. Tijdens een hongersnood verkocht hij zijn boeken ten behoeve van de armen.

Onder leiding van bisschop Martinus de Bazán werd in 1198 het kathedraal kapittel opnieuw regulier, volgens Augustinus' regel. Dominicus steunde hem als subprior. Toen in 1202 prior Diego van Azevédo bisschop werd, gaf Dominicus zijn docentschap op. Toen de bisschop als vertrouwensrnan van Alfons VIII met een zending naar Denemarken werd belast, vergezelde Dominicus hem.

Op hun terugweg in 1203 troffen zij in Zuid-Frankrijk, in de Provence, de anti-kerkelijke "zuiveren", ketters, de waldenzen en de albigenzen. De rijkgeklede pauselijke legaten, die zij in Montpellier ontmoetten, wilden de prediking opgeven, maar Diego en Dominicus begonnen zonder gevolg het missiewerk in Languedoc, preken en disputen in Béziers, Servian, Carcassonne en Montréal, verder in Pamiers en Franjeaux. Onder vasten en gebed, bloedige geselingen en versterving.

In 1206 stichtten beiden zusterskloosters in Prouille bij Toulouse, begin van de tweede orde van Dominicus. Deze vestigt zich daar met enkele gezellen, terwijl de bisschop naar Spanje reist om hulp te halen, maar daar sterft. Dominicus doorkruist blootsvoets Languedoc, wordt bespot in Carcassonne, bedreigd. Hij krijgt de bisschopszetel aangeboden achtereenvolgens van Béziers, Comminges en Couzerans.

In 1215 is hij met zijn gezellen, o.a. Petrus Calleni en Thomas van Toulouse, diocesaan prediker van bisschop Fule van Toulouse. Als Dominicus besluit met zijn gezellen volgens Augustinus' regel (naar norbertijner opvatting) te leven, wordt de orde van de predikheren (afkorting O.P., ook wel de Order der Domincanen genoemd) op 22 december 1216 door Honorius III goedgekeurd, verbonden aan de door de bisschop geschonken kerk van Sint Romanus te Toulouse. In 1217 zendt hij predikers buiten het bisdom uit. Er kwamen stichtingen in Madrid, Parijs, Bologna en Rome.

Dominicus zit twee algemene kapittels voor en sterft te Bologna met de woorden: "Ik zal u na mijn dood van groter nut zijn dan ik tijdens mijn leven was".

Dominicus stierf in Bologna en ligt er begraven in de S. Dominico; hij werd heiligverklaard op 13 juli 1234.

De dominicaan Alanus de Rupe (overleden 1475 te Zwolle) bracht als eerste de rozenkrans in verband met Dominicus.

Naar Dominicus heten: Dominiek, Dom(ien) en Dominica.

Heer, Gij hebt de heilige Dominicus gemaakt
tot een uitmuntend verkondiger van uw waarheid.
Laat hij voor uw kerk een steun blijven
door zijn leer en verdiensten
en voor ons een toegewijd voorspreken zijn bij U.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon ...

Feestdag: 8 augustus

Patroon van Bologna, Madrid en Cordoba
Patroon van de kleermakers, tegen koorts en hagel

Attributen waarmee hij vaak wordt afgebeeld zijn:
kruis, boek en wereldbol, leliestengel, ster op de kruin van het hoofd, zwart-witte hond.

 
Stichting InterKerk, Fabritiuslaan 17, 2241 JR Wassenaar, tel.: 06 123 54 707, fax: 08 421 41 755, email